Windows Server 2012 server nu bijna het grootst

Anno 2016, met de geplande verschijning van Windows Server 2016 in het tweede deel van dit jaar voor de deur, is nog altijd Windows Server 2008 het meest voorkomende server operating systeem. Maar Windows Server 2012 komt inmiddels wel heel erg dicht in de buurt. Van de geïnterviewde locaties geeft 35 procent aan dat op de locatie één of meerdere servers op Windows Server 2008 draait. Servers draaiend op Windows Server 2012 treffen we aan bij circa 27 procent van de locaties. Daarmee zet het de snelle opmars door. Voor Windows Server 2008 laat de historische lijn zien dat het hoogste gebruik werd bereikt kort na de introductie van haar opvolger. Hetzelfde zou wel eens kunnen gaan gelden voor Windows Server 2012. Bijna van de markt verdwenen is Windows Server 2003. In de interviews die in de afgelopen 6 maanden plaatsvonden treffen we dit platform nog aan bij 6 á 7 procent van de locaties. De uitgebreide ondersteuning op dit platform liep in juli van 2015 af.

Dit blijkt uit analyse van Computer Profile van circa 1.500 interviews over het gebruik van besturingssystemen op locatie.

Naast de gekende Microsoft besturingssystemen treffen we Linux systemen aan bij een kleine 11 procent van de geïnterviewde locaties. Voor Linux geldt dat het jarenlang bij een ongeveer even grote groep bedrijfsvestigingen in gebruik is. De penetratie blijft schommelen rond de 11 procent.

De meeste proprietary systemen zijn anno 2016 ver verdwenen. OS/400 treffen we nog aan bij een kleine 3 procent van de locaties, UNIX varianten bij een kleine 2 procent van de locaties. Het gebruik van Novell Netware is inmiddels onder de 1 procent van de geïnterviewde locaties gekomen en valt daarmee buiten de figuur.

Server operating-system per marktsegment

De weergegeven penetratiecijfers hebben alleen betrekking op on premises systemen. Dit blijkt ook uit de weergegeven markt segmentatie. In het publieke segment en bij locaties van multinationals is een hoge mate van consolidatie aanwezig. Met andere woorden, niet elke locatie draait zelf systemen, maar maakt (op afstand) gebruik van de serversystemen die in het data center draaien, of binnen de eigen organisatie of in een data center van een externe dienstverlener. Bij locaties van bedrijven met 250 tot 2.500 medewerkers (de hier weergegeven National Enterprises) komt dat iets minder voor, bij locaties van bedrijven met 50 tot 250 medewerkers is de consolidatie het laagst. Deze laatste groep bevat veel “single site” organisaties.

Het verschil tussen het aanwezig zijn van Windows Server 2012 en 2008 is het kleinst in het publiek domein. Bij de overheid en de zorg komt Windows Server 2008 nog net iets vaker voor dan Windows Server 2012. In het onderwijs treffen we al iets meer locaties met 2012 aan dan met Windows Server 2008. Ook bij locaties in de verticals ICT & Utilities en Transport ligt het gebruik van Windows Server 212 inmiddels hoger dan het gebruik van Windows Server 2008.

Kijkend naar het gebruik van de verschillende server operating systemen naar grootteklasse (van de locatie) laat vooral zien dat het gebruik van Linux zeer sterk samen hangt met de omvang van de locatie. Zijn er minde dan 100 werknemers op locatie dan gebruikt slechts 5 procent één of meerdere Linux servers, zijn er meer dan 1.000 medewerkers dan gebruikt ongeveer een derde van de locaties Linux systemen. Ook het gebruik van UNIX ligt hoger aan de bovenkant van de markt.

Linux distributies

Van alle geïnterviewde locatie geeft dus circa 11 procent aan gebruik te maken van Linux. Maar er is niet één Linux. Linux kenmerkt zich door de verschillende distributies die in omloop zijn. Kijkend naar het totale volume aan LIUX besturingssystemen dat we aantreffen bij de in kaart gebrachte locaties dan betreft Red Hat de meest voorkomende distributie. Meer dan 60% van de Linux systemen (bij locaties met 50 of meer medewerkers) betreft een Red Hat systeem. Ook Suse en Debian Linux kennen een aandeel in het totaal van 10 procent of hoger.